In gesprek met een inwoner
Hij kijkt rustig terug, bijna zonder emotie. Alsof het over iemand anders gaat. En toch is het zijn eigen verhaal. Een verhaal over jarenlang afglijden, overleven en uiteindelijk weer opbouwen. Geen succesverhaal omdat alles vanzelf goed kwam, maar juist omdat het diepste punt werd bereikt en er daarna iets kantelde.
Ruim tien jaar geleden viel zijn leven langzaam uit elkaar. Een scheiding, het verlies van zijn huis, oplopende schulden. Wat begon met het idee “dat los ik zelf wel op”, werd steeds kleiner en zwaarder. Hij werkte hard, probeerde door te gaan, maar de grip verdween. De schulden namen toe, de stress ook. “Op een gegeven moment denk je: het maakt allemaal niks meer uit. Boetes? Gooi maar op de stapel.”
Hulp vroeg hij wel, maar die kwam niet op het juiste moment of niet op de juiste manier. Ondertussen verdween eerst het vaste inkomen, daarna het vaste adres en uiteindelijk ook het gevoel dat hij nog ergens bij hoorde. Zijn leven speelde zich steeds meer af buiten de systemen. Op papier bestond hij nauwelijks nog.
Hij leefde een tijd zonder vaste woonplek. Sliep waar het kon en leefde op straat. Werkte zwart om te overleven. “In het begin voelt dat bijna als vrijheid,” vertelt hij. “Niemand weet dat je er bent. Maar daarna wil je iets, en dan kun je niks. Je kunt niet naar een bank, je kunt niks regelen. Je bestaat niet.” Langzaam werd het stiller vanbinnen. Niet boos, niet verdrietig. Gewoon leeg. “Het interesseerde me allemaal niet meer. Echt niks.” In die periode bevond hij zich in een omgeving waarin middelengebruik en uitzichtloosheid de norm waren. "Ik kwam tussen mensen terecht die alles normaal vonden wat ik toen deed. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: echt? Was dat mijn leven?"
Het diepste punt
Het keerpunt kwam niet geleidelijk. Het kwam hard. “Ik zeg altijd: ik heb de onderkant van de put gezien.” Op dat punt voelde hij dat een halve oplossing niet meer bestond. Doorgaan zoals het ging was geen optie meer. “Dan heb je nog maar twee keuzes: stoppen of het roer om.”
Hij koos voor dat laatste. Niet omdat hij wist hoe, maar omdat hij wist dat het anders zou eindigen. Hij meldde zich opnieuw aan voor hulp, dit keer zonder omwegen. “Ik heb alles op tafel gegooid. Alles. Dan moet je ook all the way gaan.” Op het moment dat hij naar de opvang ging, paste alles wat hij nog had in één plastic tasje. "Alles was weg. Mijn spullen, herinneringen, fotoboeken... gewoon alles." Het verlies was niet alleen praktisch, maar ook emotioneel een harde klap. Juist dat besef maakte zijn keuze voor verandering des te krachtiger.
Via SMO kwam hij in beeld voor begeleiding. Wat volgde was intensief en allesbehalve makkelijk. Hij ging in schuldsanering, kreeg budgetbeheer en begeleiding bij het opnieuw opbouwen van zijn leven. Zijn volledige salaris leverde hij in. Hij leefde van een klein weekbudget. “Ik wist wat de prijs was. En ik wist ook: als ik dit niet doe, kom ik hier nooit uit.”
Hij bleef werken. Dat was voor hem cruciaal. Structuur gaf houvast. “Als ik alleen maar had moeten wachten, was ik afgehaakt. Werk hield mij overeind.” Tegelijkertijd deed hij iets wat hij lang niet had gedaan: toegeven wat hij níét kon. Administratie, financiën, digitale zaken – het lukte hem niet, hoe vaak hij het ook probeerde. “Waarom zou ik dat per se zelf moeten kunnen? Anderen zijn daar beter in.”
Ruimte om opnieuw te bouwen
Via het project Opwaarts kreeg hij uiteindelijk een zelfstandige woning, met begeleiding van SMO en Sociale Teams Helmond. Een eigen plek, midden tussen andere bewoners. Geen afgesloten wereld, maar onderdeel van een gebouw waar mensen mét en zonder begeleiding samen wonen. “Dat was precies wat ik nodig had,” zegt hij. “Niet alleen gelaten worden, maar ook niet vastgehouden.”
Langzaam veranderde zijn leven. De rust keerde terug. Hij kreeg weer overzicht. Er kwam ruimte om relaties te herstellen. Het contact met zijn ouders, dat jarenlang moeizaam was geweest, kwam terug. “Dat was mijn grootste angst geweest: dat ik ze zou verliezen zonder afscheid. Dat is goed gekomen. Daar ben ik enorm dankbaar voor.”
Ook zijn werk ontwikkelde zich verder. Eerst een baan, daarna een vast contract. En inmiddels is hij naast zijn werk gestart met een eigen bedrijfje in timmerwerk. Geen grote sprongen, maar bewuste stappen. “Ik begin niet meteen groot. Eerst zorgen dat de basis goed is.” Hij spaart nu, iets wat hij vroeger onmogelijk had gevonden. “Ik zag laatst een bedrag op mijn rekening staan. Dat had ik nooit voor elkaar gekregen. Nu wel. Dat geeft rust.”
Geen terugval naar toen
Hij weet hoe kwetsbaar het leven kan zijn. En hij weet ook dat herstel geen rechte lijn is.
“Een stap terug kan gebeuren. Maar geen vrije val meer. Dat nooit meer.” Wat hem helpt, is zijn manier van kijken. Niet blijven hangen in wat misging, maar zoeken naar wat wél kan. “Je moet realistische doelen stellen. Doelen die je zelf ook gelooft. Anders haak je af voordat je begonnen bent.” Zijn positieve houding bleek een sleutel tot verandering. "Positiviteit is een keuze. En die keuze maak ik elke dag opnieuw."
Voor wie nu vastzit
Als hij iets wil meegeven aan mensen die nu vastzitten, is het dit: “Hulp vragen is één ding. Hulp accepteren is iets anders.” Dat betekent ook eerlijk zijn. Over wat je kunt. En over wat je niet kunt. “Dat is geen zwakte. Dat is juist kracht.”
Hij weet dat niet iedereen daar al is. Dat sommige mensen eerst nog verder moeten zakken voordat ze hulp kunnen aannemen. “Dat klinkt hard, maar zo werkt het soms. Ik was er pas klaar voor toen ik echt niks meer had.” Toch hoopt hij dat zijn verhaal iets kan betekenen. Al is het maar voor één iemand. “Als ik iemand kan laten zien dat het anders kan, dan is dat genoeg.”
Hij kijkt om zich heen, in zijn eigen woning. Zijn spullen. Zijn leven. “Ik koester dit. Omdat ik weet hoe het is om niks te hebben. En omdat ik hier zelf voor heb gevochten.”
Publicatiedatum: 20 januari 2026